vlaai

Vlaai is gebak, dat vooral geassocieerd wordt met de Nederlandse en Belgische provincie Limburg. Hoewel de vlaai als typisch Limburgs wordt gezien, is het in feite een vorm van gebak dat nauw verwant is aan soortgelijk gebak wat overal in Zuid-Nederland en Vlaanderen traditioneel aanwezig is.

pudding/kruimelvlaai

Vlaai bestaat uit een bodem van deeg (meestal met een diameter van 27 tot 30 centimeter), die plat is, met opstaande randen. De vlaai wordt vervolgens gevuld met vruchten, zoals kruisbessen, kersen, pruimen, appel, abrikozen-linzen of rijst. Oorspronkelijk wordt er geen slagroom gebruikt, ook al komt dit tegenwoordig toch vaak voor.

Vlaaien zijn wezenlijk verschillend van de meeste taarten, waarvan de bodem van een ander soort deeg is gemaakt. Het vlaaideeg is een stuk luchtiger en lijkt op brooddeeg. De buitenkant wordt vaak versierd met slagroom, chocolade- of notenstrooisel of platte stukjes chocolade.

Kersenvlaai

Weert heeft een groot aandeel in de spreiding van de Vlaai. De Weertervlaai word ook wel eens in de volksmond het prototype van de vlaai die we nu kennen genoemd. Het verspreiden van deze vlaai is vooral te danken aan ‘Antje van de Statie’ (dialect voor: ‘van het station’) die vroeger met vol enthousiasme haar vlaaien verkocht aan reizigers op het station van Weert. Ook op het station van Nijmegen kon men Weerter vlaai kopen, waarmee Weert zich ver in de Waalstad op smakelijke wijze manifesteerde.

Een Limburgse vlaai is een vlaai die geheel gebakken is. Moderne varianten met bijvoorbeeld bavaroises zijn niet geheel gebakken en mogen dus deze titel niet dragen.

Renske blijkt niet zo’n vlaaieneter te zijn getuige onderstaande foto’s:

Laat wat van je horen

*